1 mei lezing van de PvdA

6 mei 2023

Door Esther-Mirjam Sent op 3 mei 2023

“Méér democratie, dat maakt onze samenleving sociaal”

Als voorzitter van de Partij van de Arbeid is er natuurlijk geen groter plezier dan de Dag van de Arbeid op 1 mei te vieren.

Bij deze dag hoort ook altijd een stukje geschiedenis. De Amerikaanse vakbond ‘American Federation of Labour’ bedacht in de 19de eeuw een internationale stakingsdag om aandacht te vragen voor de achturige werkdag. 1 mei was voor de Amerikanen een logische keuze omdat op die dag in de VS de arbeidscontracten werden vernieuwd.

Het idee sloeg ook aan in Europa. Bij de oprichtingsvergadering van de Tweede Internationale riepen Europese socialisten samen de Dag van de Arbeid uit. Op 1 mei 1890 werden overal in Europa de eerste demonstraties gehouden. Dat het echt ergens om ging, werd pijnlijk duidelijk in de Franse stad Fourmies. Daar leidde een aanvaring tussen soldaten en demonstranten tot maar liefst 10 dodelijke slachtoffers. Ook in Nederland vonden grote demonstraties plaats, gelukkig zonder een nare afloop.

De wortels van de Dag van de Arbeid zijn dus ontegenzeggelijk internationaal. Maar ze zijn ook revolutionair en democratisch. De oprichtingsvergadering van de Tweede Internationale vond in 1889 precies 100 jaar na de bestorming van de Bastille plaats.

Om het geheugen op te frissen: die bestorming van de Bastille, de gevangenis in Parijs, wordt door velen gezien als het begin van de Franse Revolutie. Ontevreden over de zelfzuchtige koning gingen de Fransen de straat op en eisten een ander bestuur. Liberté, egalité, fraternité:

Vrijheid, gelijkheid, broederschap. En zusterschap, voeg ik daaraan toe.

We zijn inmiddels bijna anderhalve eeuw verder. Ik begrijp dat je hier niet bent voor een geschiedenislesje. Maar wat ik zal betogen, is dat de oorsprong van 1 mei ons nog steeds iets leert over het nu. Dat het ons nog steeds inspireert in het nu.

Die oorsprong ligt in de Amerikaanse strijd voor de achturige werkdag, de Franse roep om democratie en gelijkwaardigheid, en Nederland voegt daar natuurlijk zijn eigen ingrediënt van het compromis aan toe. Op dat laatste kom ik zo terug.

Eerst wil ik stilstaan bij de innige band tussen de oorsprong van 1 mei en de historische missie van de sociaaldemocratie. Dan gaat het om de achturige werkdag, het recht op vrije tijd, een fatsoenlijke behandeling. Maar als je goed kijkt, is er een overkoepelende opdracht. En die zit zelfs in de naam van onze politieke stroming.

De Britse historicus Geoff Eley verwoordde dat heel treffend: het doel van de sociaaldemocratie is om de democratie sociaal te maken.

Als sociaaldemocraten hebben we er altijd naar gestreefd om de democratische besluitvorming uit te breiden. Om de groepen die werden uitgesloten of gediscrimineerd, zeggenschap te geven in het politieke, economische en private domein. Zoals de arbeiders, vrouwen, culturele minderheden, homoseksuelen, praktisch opgeleiden, en mensen die minder te besteden hebben.

Méér democratie, méér zeggenschap voor iedereen, dat maakt onze samenleving sociaal.

Of zoals Joop den Uyl in dat overbekende citaat zo mooi zei: “Een maatschappij, gekenmerkt door de spreiding van inkomen, kennis en macht.” Wat minder bekend is, is het vervolg van dat citaat. Joop was tenslotte veel, maar niet iemand van de korte slogans en vlugge Instagramfilmpjes. Ik citeer dus een wat langer stukje:

“Een maatschappij gekenmerkt door spreiding van inkomen, kennis en macht waarin de gelijkwaardigheid van mensen tot gelding komt, de burgers deelhebben in het bestuur van onderneming en overheid, waarin macht op een controleerbare manier wordt uitgeoefend, waarin vrouwen [..] gelijkwaardig deelnemen in het maatschappelijk verkeer, kortom een samenleving, die ik nog altijd het liefst als democratisch-socialistisch benoem.”

En eigenlijk is dat ook heel logisch. Want hoe kunnen we iedereen een fatsoenlijk bestaan garanderen als niet iedereen daarover mag meepraten?

Hoe kunnen we ons land sociaal maken als alleen een klein clubje bevoorrechten daarover mag beslissen?

Dat besef maakt de PvdA net zozeer sociaal als democratisch. Die twee kunnen tenslotte niet zonder elkaar. En daarmee zijn we tot in onze diepste vezels een brede volkspartij en emancipatiebeweging. En het is dan ook niet verwonderlijk dat de invoering van de achturige werkdag samenviel met de invoering van het algemeen kiesrecht, beide in 1919.

Sommige mensen zullen misschien onrustig op hun stoel beginnen te schuiven. Want de afgelopen jaren waren voor de democratie nu niet bepaald een pretje.

De toeslagenaffaire en het Groningse gasschandaal lieten zien dat niet iedere stem even zwaar meetelde.

Na het ‘functie-elders debat’ was de coalitie vijf maanden lang niet in staat om een akkoord te sluiten. En eigenlijk pas net onderweg, piept en kraakt het al in de coalitie en lijkt de vraag eerder wanneer het kabinet valt dan óf het kabinet valt.

Tegelijkertijd horen we op de extreemrechtse flank steeds meer antidemocratische geluiden, gevoed door nepnieuws en complotdenken. Kiezers zweven van links naar rechts en weer terug. Voor elk deelbelang wordt een nieuwe partij opgericht. En de meeste politici lijken vooral bezig met het overleven van de volgende verkiezingen.

Kan de democratie onze maatschappij dus nog wel democratisch-socialistisch maken?

Ik denk van wel.

Daarvoor put ik inspiratie uit die oprichtingsvergadering van de Tweede Internationale, bijna 150 jaar geleden, waarin de Dag van de Arbeid werd uitgeroepen. Die vergadering was er niet gekomen zonder het grenzeloze optimisme van de Amerikanen. Die letterlijk over grenzen heen durfden te kijken en de krachten bundelden met Europese bondgenoten.

Pioniers die geloofden dat wereld mooier, beter, socialer en rechtvaardiger kon als je maar je best deed.

Yes we can. Ook toen al.

Maar ook de vergadering waarin strijdlustige Fransen lieten zien dat de achturige werkdag niet op zichzelf stond, ging om iets groters. Om respect voor het individu. Om zeggenschap en waardigheid.

En daarna was het aan de gewiekste Nederlander, die altijd zowel koopman als dominee is, om het voor elkaar te krijgen.

Ik verwees net al even naar 1919, het jaar waarin de achturige werkdag werd ingevoerd. Slechts twee jaar na het grootste maatschappelijke en politieke compromis van onze rechtsstaat: de Pacificatie van 1917. In dat jaar kregen de sociaaldemocraten in een compromis met de liberalen en christendemocraten waar ze al jarenlang voor vochten: het algemeen kiesrecht. Eerst alleen voor mannen en twee jaar later ook voor vrouwen.

Het algemeen kiesrecht dat aan de basis stond van veel sociale wetgeving.

Het Nederlandse ideaal van het compromis heeft in de lange geschiedenis van onze democratie niet aan kracht, maar wel aan populariteit ingeboet.

En dat baart me zorgen. Want samenleven begint bij je verplaatsen in een ander. Bij het oprecht naar elkaar luisteren. En geïnteresseerd zijn in wat de ander te vertellen heeft.

En vaak vind je elkaar dan. En dat is wat we de afgelopen periode met GroenLinks hebben gedaan.

Zijn we het overal over eens? Natuurlijk niet. Hebben we weleens een stevig meningsverschil? Ja.

Maar uiteindelijk is dat wat ons bindt zoveel groter dan wat ons verdeelt.

En weten we dat we het verschil kunnen maken als we de krachten bundelen.

Maar dat kunnen we niet alleen. Want de optimistische Amerikaan, de strijdlustige Fransman en de gewiekste Nederlander, dat was niet het begin van een goede mop. Het waren gewone mensen. Net als jij en ik. Die besloten om zich erbij te betrekken. Om mee te doen. De krant te lezen, in gesprek te gaan met vrienden en familie, en om actief te worden bij een vakbond of politieke partij.

En daar staan we nu weer: op een punt tussen meer en minder sociaal. Tussen meer en minder democratie.

En uiteindelijk kijkt de politiek dan ook naar jullie.

Dus mijn oproep op deze mooie dag, op 1 mei, op de Dag van de Arbeid is: ga op pad, geloof in je idealen en geloof in wat je te bieden hebt.

Doe mee. Overtuig een ander, maar luister ook naar wat die te vertellen heeft.

Als we dat doen vormen we samen de maatschappij waar we van dromen. Waarin de gelijkwaardigheid van mensen tot gelding komt, burgers deelhebben in het bestuur van onderneming en overheid, en macht op een controleerbare manier wordt uitgeoefend.

Kortom, een samenleving, die ik net als Joop den Uyl het liefst als democratisch-socialistisch benoem.

En overigens ben ik van mening dat 1 mei een nationale feestdag moet zijn.

Dankjewel.

Esther-Mirjam Sent